Gesloten goederenwagen CHB 5077


Foto: Remmelt-Jan Oosting
Fabrikant   Gastell, Mainz (D)
Bouwjaar   1881
Spoorwijdte   1435 mm
Standplaats   Goes
Bedrijfswaardig   nee
Status NRR   A
Asindeling   2
Oorspr.eigenaars   Nederlands Zuidooster Spoorwegmaatschappij (NZOS), Staatsspoor (SS), Nederlandse Spoorwegen (NS)
Hist. nummers   NZOS 1029, SS CHG 17091, SS FV 17091, SS CHK 17091, NS CHK 5077, NS CHB 5077


      

In het zuidelijk deel van Nederland ontwikkelde de Staatsspoorwegen een netwerk van hoofdspoorlijnen. In aansluiting daarop legde de Nederlandsche Zuidooster Spoorwegmaatschappij (NZOS) een spoorlijn aan tussen Tilburg en Nijmegen. De NZOS kon het als zelfstandige spoorwegmaatschappij niet bolwerken en de exploitatie van de lijn werd in 1883 overgenomen door de Staatsspoorwegen. Die namen ook het niet erg omvangrijke materieelpark over. In 1893 namen de Staatsspoorwegen de NZOS in zijn geheel over. Van het materieel rest momenteel nog slechts één gesloten goederenwagen.


De SGB bezit de wagenbak van de gesloten wagen NZOS 1029. Deze wagen werd in 1881 gebouwd door de firma Gastell in Mainz en is daarmee een van de oudste nog bestaande gesloten goederen¬wagens in Nederland. De wagen kende een laadvermogen van 12 ton en was onberemd. Doordat de wagen was voorzien van doorgaande treeplanken aan beide zijden, kon de wagen ook in reizigers¬treinen worden vervoerd. Bij de Staatsspoorwegen kreeg de wagen het nummer CHK 17091. De wagen werd aan het einde van de 19e eeuw vooral voor het vervoer van varkens gebruikt. In 1923 werd de wagen tot CHK 5077 vernummerd, in 1926 werd dit CHB 5077. Dit nummer is nog altijd zichtbaar aan de binnenzijde van de nog aanwezige schuifdeur.


In 1931 werd de wagen afgekeurd. Daarna werd de wagen wellicht als opslagruimte gebruikt tot hij bij een sloper in Vlissingen belandde. In 1946 verhuisde de wagenbak naar 's Heer Hendrikskinderen om als opbergschuurtje in een tuin dienst te gaan doen. Daar werd de wagen zo'n 50 jaar later ontdekt door medewerkers van de SGB. Desgevraagd kon de wagen gelukkig verworven worden. Bij het transport bleek het vooral een probleem om de wagen door de tuin te verplaatsen naar de oprit. De bak moest met handkracht twintig meter verplaatst worden. Ook moest een gemetselde put van een meter hoogte worden gepasseerd. De wagenbak werd op balken geplaatst die echter gedeeltelijk wegzakten in de zachte grond. Regenbuien en sneeuwstormen maakten het werk niet eenvoudig. Dankzij veel inzet werd de klus in twee dagen geklaard. Vanaf de oprit kon de wagenbak door een hijskraan worden opgetild en op een vrachtwagen geplaatst. De wagen werd op het SGB-emplacement geplaatst op bielzen en later in de donkergrijze standaardkleur van een goederenwagen van NS geschilderd. In deze uitvoering staat de wagen opgesteld als verblijfswagen van Weg & Werken. Een dergelijk lot was veel oude, afgekeurde goederenwagens in de dertiger jaren beschoren.


De wagen heeft de A-status in het Register Railmonumenten mede omdat de wagen heeft toebehoord aan een van de voorlopers van de Staatsspoorwegen.

 
 
   Vorige    Overzicht     Volgende