Project Restauratie Tractiegebouw

Dankzij een ruime bijdrage van de provincie Zeeland, de Rijksoverheid en de Europese unie (Europees Fonds voor de Plattelandsontwikkeling) is de SGB in staat gesteld om het Tractiegebouw en de werkplaats in Goes te restaureren. Het bestek, waarvan de eerste versie al in 2005 werd geschreven, was reeds gereed zodat voortvarend kon worden gestart. Dit verhaal geeft een overzicht van de werkzaamheden waarmee inmiddels gestart is en de klussen die al afgerond zijn.
Nieuwsupdate 14 december 2010
Begonnen is met een onderzoek naar de staat van de fundering van het Tractiegebouw. Een belangrijk punt omdat het gebouw scheuren en verzakkingen vertoont.

Opruimen rondom het gebouw

Om bij de fundering te komen voor onderzoek moest er flink opgeruimd worden. Omdat tijdens het funderingsonderzoek ook de riolering wordt vervangen, wordt alles rondom het gebouw opgeruimd. Dit betreft bijvoorbeeld een verzameling oude buffers, divers bouwmaterialen en onderdelen van een perronoverkapping.

Bij het funderingsonderzoek werd de riolering beschadigd. Op zich geen probleem, deze zou toch al worden vernieuwd. Hierna werd het terrein om de werkplaats ingericht als bouwplaats.
Er is extra een verharding met Stelcon platen gemaakt en de groenstrook achter het gebouw werd met puinverharding afgewerkt. Vervolgens verschenen er diverse opslagcontainers en een directiekeet. De containers worden gebruikt voor de opslag van materialen als tijdelijke werkplaats. Ook wordt een gedeelte tussen de containers overdekt zodat ook hier opslagruimte ontstaat.

Funderingsonderzoek

Toen eenmaal de meeste materialen rondom het gebouw weg waren, kon er begonnen worden met het funderingsonderzoek. Dat werd in de praktijk een nogal pittige klus… Er zouden diverse meetputten worden gegraven om te kijken hoe slecht de houten funderingspalen er aan toe zouden zijn. Er waren twee volle werkdagen voor gerekend maar na die twee dagen waren er slechts 2 grote meetputten gelukt. Elke put werd zo`n 5 meter lang en 3 meter breed om op een diepte van ruim 2 meter diepte te kunnen komen. Alleen een derde put achter het gebouw werd nooit diep genoeg doordat de modder en klei door het grondwater steeds inzakte. Gelukkig waren de twee gelukte gaten voldoende voor een meetbaar resultaat. De houten palen bleken helemaal niet te zijn verrot te zijn. Ze zijn echter weggezakt door het inklinken van een kleilaag in de grondlagen onder het Tractiegebouw. Doordat er nu speling is tussen de houten palen en de betonnen funderingsbalk, verzakt het gebouw. Dit leidt tot scheuren en loslatende delen van de gevel.

Repareren van de fundering is helaas niet mogelijk. Er zal een compleet nieuwe betonnen funderingsbalk naast de bestaande gemaakt worden aan de buitenkant van het gebouw. Dit geldt voor de zuidgevel, de helft van de westgevel en een gedeelte van de oostgevel. Een balk van zo`n 80 centimeter! Deze balk komt te liggen op stalen buispalen die in de grond gedreven zullen worden. In de gevels van het gebouw worden, ter hoogte van de fundering, gaten gehakt. Aan de betonnen funderingsbalk komen uitstulpingen tot onder het gebouw zodat het op deze nieuwe fundering kan rusten. De oude fundering verliest dan zijn functie. Ook bij één van de stalen kolommen in het gebouw moet de fundering vernieuwd worden.

Op basis van een onafhankelijk advies voor het funderingsherstel is een herstelbestek opgesteld. Begin 2011 zal de nieuwe fundering gerealiseerd worden. Aansluitend kan aan het herstel van de bakstenen gevels en het dak gewerkt worden.

Opruimen in het gebouw

De werkzaamheden aan de wanden, plafonds en vloeren in het gebouw startten aan de noordzijde. Dit zijn de locomotievenstalling (spoor 1 en 2 van het gebouw) en werkplaatsspoor 3. Door de vrijwilligers zijn deze ruimtes in het gebouw helemaal leeggeruimd. De stoomlocomotieven staan tijdelijk in de rijtuigwerkplaats. Veel gereedschappen en (magazijn)voorraden zijn opgeslagen in de daarvoor beschikbare containers.

De oude werkputten zijn ten behoeve van de werkzaamheden dichtgelegd met ijzeren platen. Hierdoor is een vlakke vloer ontstaan zodat er veilig aan bijvoorbeeld de plafonds kan worden gewerkt. Voor het herstel van de gevels en de plafonds is een groot deel van de elektrische installatie verwijderd. De werkzaamheden aan met name de gevels zijn zodanig dat deze installaties grotendeels vernieuwd zullen moeten worden. Voorlopig zijn de belangrijkste machines in de werkplaats, de verwarmingsinstallatie en dergelijke aangesloten op tijdelijke stroomvoorziening.

Restauratie locomotievenloods spoor 1-2

Na de hiervoor genoemde voorbereidingen is het plafond van dit deel van het gebouw gestraald. Hetzelfde geldt voor de staalconstructie waar het dak op rust. De staalconstructie is vervolgens geschilderd. Het plafond moest eerst nog worden hersteld. Op dit moment komen er soms stukken beton naar beneden door roestende wapening. De poreuze bimsbetonnen dakplaten laten het binnendringen van zwavel en water makkelijk toe met roest als gevolg. Staal wordt negenmaal zo groot bij roestvorming dus hele stukken beton worden losgedrukt. Met een hamer wordt het hele plafond voorzichtig afgeklopt om te kijken waar er loszittend beton zit. Alle slechte plekken worden daarbij schoongehakt, gestraald en vervolgens hersteld.
De wafelstructuur in het plafond blijft natuurlijk behouden. Uiteindelijk komt er een vocht- en chemicaliën dichte coating over de beton zodat de wapening voortaan beschermd is en er niets meer naar beneden kan vallen…

De witgeverfde gevels worden ook gestraald, net als de plafonds, door met vochtig zand te stralen onder lage druk. Op deze manier kan er geen schade aan het steenoppervlak plaatsvinden maar is hardnekkig vuil (zoals verf of roet) goed te verwijderen. Wel geeft het een enorme berg stof en afval zand! Tijdens het stralen waren spoor 1 en 2 dan ook absoluut niet toegankelijk tijdens het werk! Alle gaatjes in het metselwerk vanwege de vele tientallen oude kabels en leidingen worden weer op kleur dichtgemaakt. Soms moeten hele stenen vernieuwd worden. Uiteindelijk worden het weer een mooie wanden in schoon metselwerk. Een paar schades blijven bewust zichtbaar zoals een granaatinslag bovenin de wand ter hoogte van de achterste lichtstraat. Dergelijke schades vertellen iets over de historie van het gebouw.

De elektra in de locomotievenloods kan daarna worden hersteld en gemonteerd. Hiervoor wordt zoveel mogelijk oud schakelmateriaal gebruikt, zoals zwart bakeliet. In het midden van de ruimte komen, naar oud voorbeeld, enkele dubbele lantarenpalen met lampen te staan. Er komen ook authentieke schaallampen te hangen maar wel wat meer dan de oorspronkelijke 4 stuks. Er is nu eenmaal voor de nieuwe functie meer verlichting nodig. Deze ruimte krijgt namelijk vooral een museale functie waarbij het publiek zelf kan rondkijken bij de stoomlocomotieven in het oude Tractiegebouw. Diverse benodigde schaallampen zijn al weer enkele jaren geleden door de vrijwilligers verzameld en komen nu goed van pas.

Een ander belangrijk onderdeel dat onderhanden is genomen, zijn de houten lichtstraten. Als eerste zijn boven de locomotievenstalling de Eterniet golfplaten verwijderd. Dit gaf al direct een enorm verschil tegenover de oude donkere situatie. De ruimte lijkt ineens een stuk groter te zijn. Meteen daarna is het restauratiewerk van de houten kapconstructie begonnen. Eerst moest er door de timmermannen een dikke laag roet worden afgekrabd en zijn slechte stukken verwijderd. Uiteindelijk viel de kwaliteit van dit ongeschilderde grenenhout nog heel erg mee. Nieuwe gordingen liggen al klaar, net vroeger ook gemaakt van erg mooi hout (Oregon Pine, Amerikaans grenen). Na het herstel van het houtwerk worden de lichtkappen afgedekt met folie totdat de nieuwe ruiten van draadglas kunnen worden geplaatst.

Het leggen van de definitieve vloer van spoor 1-2 volgt mogelijk pas tegen het einde van het project om tot de opening schade te voorkomen. Aan het begin van 2011 is dit gedeelte van de werkplaats weer klaar voor gebruik.

Locomotievenwerkplaats spoor 3

Tegelijk met spoor 1-2 wordt ook het gebouw ter hoogte van spoor 3 gerestaureerd. Dit gedeelte wordt niet museaal ingericht maar wordt de locomotievenwerkplaats. De schildersopleiding, die de SGB ingehuurd heeft, is begonnen met de wanden en plafonds te gronden. De wanden worden daarna glad afgesmeerd, enkele diepe scheuren zullen eerst nog dichtgemaakt moeten worden. De plafondplaten kunnen zonder voorwerk worden geschilderd, van betonrot is hier geen sprake. Verder worden de lichtstraten nagezien en slechte plekken hersteld of vervangen. De beide deuren naar de overige ruimtes in het gebouw worden aangepast en krijgen nieuwe, historisch meer verantwoorde deuren.

Zodra dit alles klaar is kan de vloer worden aangepakt en wordt de smeerput aangepast om er weer spoor op te kunnen leggen. Dit zal begin 2011 plaatsvinden. Als de vloer klaar is kan de vaste inventaris erin. In eigen beheer wordt een bovenloopkraan geïnstalleerd.

Zodra spoor 1-3 klaar zijn kunnen de vrijwilligers aan de slag met de volgende verhuisoperatie. Alle gereedschappen, materialen en materieel van de zuidzijde van het gebouw moet dan worden verplaatst naar de noordzijde. Dan ontstaat er in de rijtuigwerkplaats voldoende ruimte om dit deel van het gebouw te restaureren.

Kantoorruimte achter spoor 3

Hoewel hier nog geen werkzaamheden zijn uitgevoerd, is het wel interessant hier iets over te melden. Oorspronkelijk was het kantoor helemaal niet op tekening aanwezig als aparte ruimte. Nog tijdens de bouw is het toegevoegd. Indertijd diende het echter niet als kantoor maar als “lokaal laadinrichting” voor de accu`s. Hier werden de in gebruik zijnde accu`s van de motorwagens geladen. Voor onderhoud aan deze accu`s werd de accumulatorenruimte in de laagbouw gebruikt.

De deur naar deze werkruimte bevond zich oorspronkelijk niet aan de zijde van spoor 3 maar in de wand naar de rijtuigwerkplaats (spoor 4 tot en met 7). Logisch want hier stonden de motorwagens gestald, waar de accu`s inzaten. De doorgang naar spoor 4 is later verplaatst naar de huidige plek. De oude deuropening is met enige moeite nog zichtbaar in de wand door oneffenheid in het stucwerk. Het kozijn is bij deze verplaatsing mee verplaatst maar iets smaller geworden. De bestaande deur van het kantoor wordt bij de restauratie weer dichtgemaakt en de oorspronkelijke deur weer aangebracht. De ruimte zal weer worden ingericht als een werkruimte die vanaf spoor 4 toegankelijk is.

Gevelherstel

Voor deze werkzaamheden is een gedetailleerd bestek opgesteld. Hierin is nauwkeurig opgenomen wat en hoe een en ander hersteld moet worden. Uitgangspunt is het zoveel mogelijk behouden van de bestaande stenen.
De gevels kenmerken zich door een opvallende schade aan de kolommen tussen de ramen. De oorzaak hiervan is inmiddels achterhaald. De ankers van de oorspronkelijke stalen ramen zaten precies in lijn met elkaar tussen het binnen- en buitenblad van de gevel. Doordat de ankers zijn gaan roesten, zijn het binnen- en buitenblad van elkaar losgescheurd. In de kolommen zelf zaten geen ankers zodat de buitenbladen nu los balanceren... In het restauratieplan is voorzien dat er nieuwe stalen ankers in de randen van de kolommen worden geboord die de beide helften weer met elkaar verbinden. De resterende delen van de ankers van de stalen ramen worden uitgekapt. Samen met diverse andere extra verankeringen, het uitslijpen en vullen van lintvoegen enz. is de gevel weer goed in de oude staat terug te brengen.

Stalen ramen

De ramen van het Tractiegebouw waren oorspronkelijk allemaal van staal met een verdeling in kleine ruitjes. In het kantoor achter spoor 3 is het enige stukje originele raam nog aanwezig. Daaruit blijkt dat deze ramen indertijd vrij bijzonder waren wegens hun slankheid. Het profiel was aan de buitenzijde maar 15mm breed en 30mm aan de binnenzijde. Alle nog leverbare en indertijd gebruikelijke stalen raamprofielen hebben een breedte van minimaal 30mm aan de buitenzijde. Er is na veel zoeken in Duitsland een leverancier gevonden die in kleine hoeveel-heden warmgewalste stalen profielen levert die verder nergens leverbaar zijn. Hierbij zit een passend profiel voor de stalen ramen van de SGB dat slechts miniem afwijkt.

Het uitwerken van de hoge uitzetramen gaf wat extra problemen, de indertijd gebruikte uitzetijzers met stangenwerk zijn ook niet meer leverbaar, ook niet in delen. Wat in de handel is, zijn te lichte (aluminium) uitzetijzers of te potsierlijke voor een industrieel gebouw. De nu uitgewerkte sluitingen met uitzetijzers zijn gebaseerd op de nog aanwezige ijzers in een deel van de werkplaats Tilburg dat stamt uit ongeveer 1920. Door middel van laser technieken en lassen zijn de authentieke delen opnieuw te maken. De achtergevel ramen worden allemaal te openen, om-en-om wisselend tussen een bovenraam en een onderraam. Dit geldt ook voor de machinale werkplaats. Zo is er voldoende ventilatie mogelijk in de werkplaats.

In het vervolg van dit verhaal wordt nader ingezoomd op de nevenruimtes van het Tractiegebouw.